Midge Ure and Ultravox fansite Visit our English Midge Ure and Ultravox section


SNIKKEN OM SLIK


Slik

Veertig flauwgevallen meisjes, een hoofdwond, een gebroken arm, een aantal gemolesteerde stoelen en emmers vol tienertranen waren het resultaat van een optreden van de groep Slik.
De dagen van de massahysterie tijdens popconcerten lijken terug.



Bloeddruppeltjes sijpelen traag uit de kleine snee boven haar geëpileerde wenkbrauw. Ze is pas 14, maar heeft de make-up van een vrouw van 30. Met een kikker in haar keel probeert ze zich jankend uit de ijzeren greep van de donkere man te bevrijden. "Laat me alsjeblieft los. Ik mankeer niks. Echt niet. Ik wil weer terug".
De forse hand van de keurig zwart-met-propellerstrik gestoken suppoost blijft echter als een tang om het dunne armpje geklemd. Op de gebleekte meisjesspijkerbroek zijn grote, uit een wit laken geknipte letters genaaid. De vier rafelige tekens vormen samen het woord SLIK.
In een donker hoekje van de lawaaierige, tot concertzaal omgedoopte bioscoop duwt de goedlachse, maar hevig transpirerende ordebewaarder het meisje zachtjes tegen de gekalkte muur. Hij hurkt neer en begint met zijn verfomfaaide grijze zakdoek de hoofdwond, die veroorzaakt is door het slaan met een kleine fotocamera, te deppen. Op vaderlijke toon preekt hij: "Je moet een beetje oppassen. Blijf maar fijn hier staan, dan kun je alles ook prima zien."
Het snikkende kind hoort de man niet. Ze wrijft met de muis van haar hand door haar vochtige, onbeschadigde rechteroog. Samen met de tranen veegt, ze een dikke streep mascara over haar wang. Met alle kracht die ze heeft duwt ze de man van zich af en ze rent gillend naar voren. Langs de twee meter hoge luidsprekerboxen, die op de rand van het podium staan, naar de horde jammerende leeftijdgenootjes, die zich staan te verdringen om een glimp van hun idolen Kenny Hyslop, Midge Ure, Billy McIsaac en Jim McGinlay, samen de popgroep Slik, op te vangen.

Midge, de 22-jarige sologitarist en leider van de groep, had ons een paar dagen voor het eerste concert van de tournee door Groot-Brittannië al gewaarschuwd. "Tijdens onze optredens breken de chicks de zaal bijna af. Het is onvoorstelbaar. Billy, onze organist, is zelfs al een paar keer de zaal ingesleurd. Hij kwam te dicht bij de rand van liet toneel. Dat is natuurlijk levensgevaarlijk, want ze vermoorden je zo'n beetje. Maar zolang de meisjes zich vermaken en zichzelf en ons niet bezeren, dan vinden wij het prima. Uiteindelijk zijn we entertainers en dan moet je dat hysterische gedoe maar op de koop toe nemen".
Even heeft het erop geleken dat het, allemaal voorbij was. Fini met de roemruchte Beatle-manie en de stormlopen op popgroepen, zo rond 1965, toen muzikanten nog gewone goden waren. De happening in Blokker, het Noord-Hollandse dorpje waar de Beatles tijdens een concert ooit nog eens voor wilde taferelen zorgden, is al voltooid verleden tijd. Het gezellige geluid van de ziekenwagens die af en aan reden om de flauwgevallen en beursgedrukte fans naar het ziekenhuis te brengen, is verstomd. De bergen uitgerukt hoofdhaar, die na het optreden door de echtgenote van de conciërge van de zaal werden gebruikt voor het haken van een haardkleedje, zijn al aardig grijs. En de fanatiekelingen die gedurende de rondvaart van de Beatles door de Amsterdamse grachten vreugdevol in het toen al niet meer zo schone water sprongen en er door de politie niet de bullepees weer uitgevist werden, hebben zo langzamerhand ook verstandskiezen gekregen. Geen uitgelaten scènes meer bij optredens van popgroepen. Muziek, zo werd verondersteld, was toch nog iets om alleen maar naar te luisteren geworden.
Totdat in Schotland twee nieuwe groepen uit de grond gestampt werden. De Bay City Roffels, een aantal knapen in veel te korte pantalons, die kleine deerntjes tot wanhoop drijven, en sinds kort de teenybopperband Slik, bestaande uit vier nette jongens uit Glasgow in keurige, door hun platenmaatschappij op succes geteste James Dean outfit.
Al vroeg in de middag, als de scholen in de Schotse hoofdstad Edinburgh nog maar net uit zijn, drommen tientallen meisjes voor het grauwe Odeontheater samen. Gewapend met spandoeken waarop in rundveeletters 'We love Slik' te lezen staat, proberen ze al duwend de grote glazen deuren, die toegang verschaffen tot de foyer, te forceren. De knokige bakvisjes komen echter kracht tekort. Aan de andere kant van het dikke glas wordt harder geduwd door twee van de in totaal vijftien ingehuurde breedgeschouderde heren, de gorilla's, die bij eventuele calamiteiten de order hebben om hard op te treden.
Een politieman, die op de stoep de lange rij fans niet de handen op de rug gadeslaat, weet precies wat er vanavond allemaal kan gaan gebeuren. Een paar weken geleden heeft hij, verplicht, een concert van de 'Bay City Rollers' bijgewoond. Onder zijn zwarte snor prevelt bij: "Het beste dat je kunt doen is die meiden vastbinden. Dan maken ze tenminste niets kapot. Bij de Rollers zijn in totaal zo'n vijftien stoelen compleet vernield. Maar dat was nog niet het ergste. Die meisjes weten in hun gekkigheid niet wat ze met zichzelf doen. In hun enthousiasme kunnen ze zich ontzettend bezeren. Ik hoop dat het vanavond een beetje in de hand gehouden wordt. Er staat, voor noodgevallen, wel een grote ambulance klaar en achter het toneel is een soort ziekenboeg met veldbedden, maar het is, natuurlijk beter als je daar geen gebruik van hoeft te maken".
Eindelijk, tegen zessen, mogen de 2500 uitgelaten tieners in groepjes van tien voorzichtig het gebouw binnen. De enige die het vanavond rustig zal krijgen is de gebrilde loketjuffrouw. Alle kaartjes zijn namelijk al weken voor het concert verkocht.
In het kleine hokje in de met marmer belegde foyer, waar gewoonlijk dorstige bioscoopbezoekers van koffie, bier en limonade worden voorzien, liggen nu stapels rode Slik T-shirts en flodderige vierkleuren boekjes waarin foto's en wetenswaardigheden over de groep staan. Gniffelend leest een klein vrouwtje met afhangend vettig blond haar, en een rode wijnvlek naast haar neus aan een vriendin voor dat de drummer dol op spruitjes is en dat de bassist in het geheel niet op dikke meisjes valt. Giebelend, met hun monden verborgen in hun magere handen, dribbelen ze naar de grote zaal, waar in kleine nisjes geplaatste, door oranje licht beschenen namaak Griekse beeldjes de sfeer moeten bepalen.
Diep weggezakt in een grote rode klapstoel houdt een gedrongen 12-jarig meisje, met grote plastic oorringen, krampachtig een uit een weekblad gescheurde foto van de popgroep op schoot. Met een ballpoint prikt ze in het beduimelde hoekje van de plaat constant kleine gaatjes. Als ik haar vraag waarom ze Slik zo goed vindt, begint ze schuchter te ginnegappen en slaat ze haar roodomrande ogen neer. Er komt geen antwoord. Alleen maar gelach, terwijl haar ogen een vaste baan beschrijven langs de vier op de foto in honkbalkleding afgebeelde jongens.
Na het voorprogramma, waarin een vlezige zangeres tevergeefs probeert de aandacht van het publiek te krijgen, gaan plotseling alle lichten uit. Op het grote, door dertien man opgebouwde podium zijn in het duister een viertal schimmen te onderscheiden. Direct lijkt er in de zaal een vreselijke zwerm muggen op te stijgen. Het gejank van de gillende meisjes werkt als een cirkelzaag op het trommelvlies.
Als de eerste gele en blauwe lampen, die in een boog boven het toneel zijn aangebracht, aanfloepen, wordt Slik voor het publiek zichtbaar. Vier in strakke ribfluwelen broeken geklede jongens met gebeeldhouwde Vince Taylor kuiven. Gelijk rent bijna iedereen van zijn zitplaats naar voren.

Als een kudde jonge buffels stormen de meisjes op het podium af. De tien gorilla's, die voor het podium staan, lijken een komische film te imiteren. Geschrokken door het plotseling opkomende geweld van de honderden meisjes keren ze zich razend snel om, klauteren tegen het goudkleurige hekwerk op en weten zich op het toneel in veiligheid te brengen. De vier mannen die er niet op tijd op konden klimmen worden platgewalst door de menigte.
Hun in smetteloos witte overhemden gehulde buiken veranderen in rollades als ze hard tegen de dranghekken worden geperst.
Een meisje in een blauwe minirok, met op haar blouse een rozet met het portret van basgitarist Jim, komt in het smalle gangpad ten val. Als een kudde jonge buffels stormen de andere tieners over en langs haar heen. Zonder af te remmen storten ze zich op het stevige dranghek.
Als dikbuikige kleuters in de Sahel-landen, die zich uitrekken naar een zojuist gearriveerde vrachtauto vol melkpoeder, strekken de meisjes hun armen naar Midge, de gitarist, die in het midden van het podium, de lippen arrogant op elkaar geperst, de eerste tonen van de vergeelde Elvis Presley hit 'Love me Tender' aanslaat.
Het meisje in de minirok ligt nog steeds in het gangpad. In de zaal, die gevuld wordt met oorverdovende muziek die nog eens extra wordt aangedikt door het geschreeuw van het publiek, verschijnen twee hijgende mannen met een brancard. Niemand merkt hen op. Een rossige ziekenbroeder, voorzien van uilenbril en rode kruis insigne constateert dat het kind haar bovenarm heeft gebroken. Ze moet direct in het ziekenhuis worden opgenomen.

Midge Ure tijdens concert van Slik
Slik geniet intussen van de veldslagen die zich voor het podium afspelen. Af en toe maken Jim en Midge obscene bewegingen door hun onderlichaam snel op en neer te bewegen. Steeds als ze dit doen lijkt er een nieuwe extraharde gilgolf door het theater te rollen.


Max, de internationaal georiënteerde manager van de groep ("Midge heeft zijn Spaanse laarzen in Amsterdam gekocht"), wrijft zich in de handen als hij de hysterische tonelen ziet. Hij heeft een verklaring gereed voor de populariteit van zijn jongens. Met een sterk Schots accent brult hij in mijn oor: "Eindelijk heeft, het publiek eens frisgewassen jongens. Niet van dat langharige tuig. Dat spreekt de jeugd aan. En in de toekomst belooft het nog veel erger te worden. Slik wordt net zo populair als de Beatles. Dat kun je nu al zien. Ik denk dat ik over twee jaar het hele Wembley stadion voor ze moet huren."
Als het laatste woord over zijn dikke rode lippen gerold is, doorbreekt een meisje met een spitsmuizengezicht het kordon van gespierde bewakers. Als een slingeraap is ze op de schouders van de andere meisjes geklommen en glipt nu door de eeltige handen van de mannen heen. De drie kerels die achter haar aan hollen krijgen haar pas te pakken als ze Midge van achter bij de nek gegrepen heeft en bijna zijn adamsappel tot moes knijpt. Met man en macht wordt aan haaigetrokken. Ze laat pas los als ze haar roodgelakte nagels diep in het nekvlees van de popster heeft laten verdwijnen. De zanger doet echter net of hij niets merkt en zet professioneel zijn show voort.
Het om zich heen staande en schoppende wicht wordt door de drie mannen niet moeite naar de rand van het houten podium gesleept. Daar ontvangt ze een forse duw in de rug. Ze stort ruim twee en een halve meter naar beneden op de harde vloer. Beduusd door de klap blijft ze tien seconden bewegingloos op de grond liggen. Dan voelt ze met een pijnlijk gezicht aan de plek waarop ze geland is: haar stuitje. De gevolgen van de val blijken echter niet catastrofaal voor haar gezichtsvermogen, want op het moment dat de twee driftige brancardsjouwers naar haar toe hollen, neemt ze hinkend de henen en stort zich weer in de voor het voetlicht golvende massa.
Een groot aantal andere vurige Slikaanhangsters heeft direct het grote klimvoorbeeld gevolgd en klautert nu en masse de hekken over. Voor de gorilla's is er geen houden meer aan.
Billy, de kleine, 27-jarige organist, hitst het publiek nog eens extra op door zijn wijsvinger enkele centimeters boven de honderden grijpgrage handen te laten cirkelen. Een geluidstechnicus moet hem de hele tijd aan zijn bruine broekriem vasthouden. Elke keer als Billy in de bloeddorstige zaal getrokken dreigt te worden, haalt de man hem met een forse ruk achteruit.

Een flauwgevallen meisje wordt uit de massa getrokken Voor een klein roodharig onderdeurtje op de eerste rij is het allemaal te veel geworden. Voor lijk hangt ze tussen twee vriendinnen, die totaal geen aandacht aan haar schenken. Als een rotte appel in een veel te volle kist wordt ze uit de mensenkluit getrokken en achter het toneel gebracht.

Daar zijn al een stuk of twintig lotgenootjes met klappen in het gezicht en een glas water bijgebracht. De forse vrachtwagenchauffeurs, die al weer klaarstaan om de geluidsapparatuur in te pakken, zijn de enigen die zich om de flauwgevallen kinderen bekommeren. De aangekondigde ziekenboegen de veldbedjes blijken in geen velden of wegen te bekennen.
In de zaal, waar inmiddels een kleffe zweetwolk boven de hoofden drijft, probeert Slik rustig het optreden af te maken. Tijdens oude hits als 'Leader of the pack', 'Teenager in Iove' en hun eigen grote hit 'Forever and Ever' moeten Jim en Midge steeds ingewikkelde schijnbewegingen maken om doldrieste meiden die het podium beklommen hebben te ontwijken. De muziek is nu alleen bij vlagen goed hoorbaar. Het hoge gegil van de 2500 maagden, dat zich waarschijnlijk het best laat vergelijken niet liet geluid dat een 50cc motorcoureur moet horen wanneer hij met zijn oor op de jankende knalpijp gaat liggen, overstemt de muziek volkomen.
Vlak voor de knieën van een bewaker die de moed maar heeft opgegeven en nu, rustig op zijn achterwerk zittend, de klimmende meisjes naar beneden duwt, belandt een klein halskettinkje. De man begint te grijnzen, pakt het kettinkje en veegt het een paar keer langs de gele laars van Midge Met een blik in zijn ogen van "wat heb ik toch met je te doen" geeft hij het sieraad aan de rechtmatige eigenares terug. Grienend grijpt ze liet cadeau van haar leven en duwt het hard tegen haar wang.
Na het optreden, dat precies een uur heeft geduurd, is Kate de laatste van de veertig flauwvallertjes die achter het toneel bij haar positieven moet worden gebracht. Als een peuter die int een boze droom wakker is geschrokken drentelt ze schokschouderend, met één natte vinger in haar mond, naar een levensgrote politieagent, die een oogje in het zeil moet houden bij de kleedkamer. Haar korte haartjes zijn door het zweten kletsnat en het bovenste gedeelte van haar broek is door vochtplekken drie tinten donkerder geworden dan de pijpen.
Met een zielig piepstemmetje weet ze de man te bewegen haar door te laten. Als enige fan mag ze, bij hoge uitzondering, de popsterren aanraken. Ze durft het niet. Terwijl buiten een groep meisjes de stalen deur van de artiestenuitgang probeert te rammen, geeft Jim haar een foto met handtekening. Vol ontzag deinst ze achteruit en bijt de laatste restjes nagel van haar vingers.

Panorama, nr. 41, jaar 197?
Tekst: Pim Wieringa
Foto's: Dirk Buwalda






© 2000-2008 www.Astradyne.org

Astradyne.org is sponsored by www.AbsoluteFigures.nl